13 mei 2009 Tim Snoek
Dat de rechercheurs in CSI alleskunners zijn, weten we onderhand wel. Maar hoe realistisch zijn de analysetechnieken zelf in deze populaire tv-serie? ‘Het is aangedikt, maar geen onzin.’
“Op een dag zag ik in een aflevering van CSI de nieuwste sequenser van Applied Biosystems voorbijkomen. Op het lab hadden we toentertijd een ouder model en ik dacht ‘die wil ik ook hebben!’” vertelt Kaye Ballantyne enthousiast. Ze is forensisch geneticus aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam en mag in haar vrije tijd graag naar de populaire tv-serie Crime Scence Investigation kijken. “Niet alleen omdat ik zelf in het forensische vak zit, maar ook omdat ik het vermakelijk vind.”
Als je door een forensische bril naar de serie kijkt, blijken de analytische technieken vrij dicht bij de realiteit te liggen. “De basis is goed. Zo gebruiken ze dezelfde pipetten als wij”, vertelt Ballantyne. “Ook zetten de acteurs de epjes op de juiste manier in de centrifuge. Je kunt duidelijk zien dat ze instructies hebben gehad.” Peter Schoenmakers, hoogleraar analytische chemie aan de Universiteit van Amsterdam, is dezelfde mening toegedaan. “Het is allemaal wat aangedikt, maar geen onzin. Ik heb de nieuwste imagingtechnieken, waaronder infraroodspectroscopie, voorbij zien komen in de serie.”
De hoge mate van realiteit in CSI is niet gek. De set designer is namelijk een voormalige forensisch medewerker van de FBI. Technisch advies wint de speurserie onder meer in bij een moleculair bioloog van het UCLA (University of California Los Angeles).
APPARATUUR
CSI heeft de reputatie de nieuwste apparatuur in huis te hebben. Onder meer gaschromatografen en massaspectrometers passeren tussen het oplossen van moord en doodslag de revue. Ballantyne: “Het blijkt wel dat ze een groot budget hebben, die apparaten kosten tienduizenden euro’s.”
Zo schafte CSI in den beginne een gaschromatograaf van Agilent Technologies aan. 5 jaar later vond de set designer het nodig deze apparatuur te updaten en belde het bedrijf om het nieuwste van het nieuwste te bestellen. Dit terwijl de gemiddelde kijker alleen benieuwd is naar ‘wie het heeft gedaan’, en nog geen spectrofotometer van een vat demiwater kan onderscheiden.
Ondanks de professionele apparatuur en de correcte basishandelingen, geeft Ballantyne toe dat de CSI-mensen niet zouden slagen voor een laboratoriumveiligheidscursus. “Ze gehoorzamen de labregels niet. Bewijsmateriaal wordt opgepakt terwijl de haren loshangen” stelt Ballantyne. “Ook zijn ze bedreven in alle technieken, terwijl forensische wetenschappers in werkelijkheid specialisten zijn. Voor mij is dat het werken met kleine hoeveelheden DNA, voor een ander is dat bijvoorbeeld drugsanalyse. Het duurt 2 tot 3 jaar om jezelf in een specialisme te bekwamen, pas daarna ga je aan zaken werken.”
ANALYSETIJD
Ook van de korte analysetijden in de serie kunnen forensische wetenschappers alleen nog maar dromen. Ballantyne: “Een analyse die ons een dag kost, doen zij in 5 minuten. Aan de andere kant wordt het wel heel saai als ze het routinewerk ook zouden laten zien.” Volgens Schoenmakers nemen de laboranten in de serie soms te veel hooi op hun vork. “In de forensische praktijk heeft men niet te veel monsters tegelijk op de werktafel, om te voorkomen dat samples worden verwisseld. Dit zijn saaie, maar grondige procedures.”
Wat zou CSI beter in beeld kunnen brengen? Schoenmakers: “Na het inzetten van een analyse zouden de acteurs eigenlijk moeten zeggen ‘en nu wachten we 2 dagen’.”
Bron: C2W 6, 28 maart 2009
C2W LabNews is een uitgave van Beta Publishers.
© 2012 www.c2wlabnews.nl - alle rechten voorbehouden.